|
A
|
|
|
Acquit
|
Met een stift of ballpoint gemerkte stippen op het biljart, waar de ballen op gepositioneerd worden ten behoeve van de acquitstoot.
|
|
Achterom
|
De bal maakt een niet voor mogelijk gehouden beweging om de derde bal heen, en mist het doel op zowel de heen- als de terugweg.
Komt tevens regelmatig voor dat een biljarter in kennelijke staat op kousenvoeten via de achterdeur het woonhuis betreedt.
Is in het dierenrijk de meest natuurlijke positie om voor nageslacht te zorgen.
|
|
Acquitstoot
|
Aanvangstoot die bij iedere partij de opening van de wedstrijd vormt. De speler die van acquit gaat begint de stoot met de gemerkte of geelgekleurde bal. De acquitstoot moet over de rode bal gespeeld worden. De andere speler heeft op het einde van de partij de gelijkmakende beurt vanuit de acquitpositie.
|
|
Afhouden
|
Een gemiste carambole zodanig uit positie spelen, dat de tegenstander een welhaast onmogelijke taak wacht om te scoren. Ook wel: niet open staan voor al te amoureuze toenaderingen.
|
|
Afstoot
|
Bargoens voor acquitstoot of aanvangsstoot.
|
|
Afstotelijk
|
Als de buurvrouw.
|
|
Annonceren
|
De schrijver maakt de arbiter erop attent, en de arbiter vervolgens de speler, dat er nog vijf van het totaal van te maken caramboles moet worden gescoord. Voor de rest moet ie z’n kop houden.
|
|
Arbiter
|
Onpartijdige Official, meestal een egotripper die op vrijwillige basis probeert een wedstrijd naar zijn hand te zetten. De enige die tijdens de wedstrijd ook met zijn handen aan de ballen mag zitten.
|
|
B
|
|
|
Biljarten
|
Een balspel dat buiten alle gretigheid en winzuchtigheid staat en beoefend wordt om de adel van het spel zelve. Het is het spel op het groene laken van de biljarttafel, een spel van rustige intimiteit, van ingetogenheid en toch hoge vormen van schoonheid (citaat van Israël Querido). Ook wel kroegsport genoemd.
|
|
Biljartballen
|
Hiermee wordt het edele spel gespeeld op de tafel met het groene laken en met behulp van een keu (zie ook “keu”).
Ook wel blessure in de categorie tenniselleboog en voetbalknie. Een speler met dit ongemak is herkenbaar aan de wijdbeense, waggelende loop. Zo gaan je ballen naar de kloten.
|
|
Biljartgolf
|
U raadt het al, een combinatie van biljarten en golf. Volgens kenners zijn er heel veel overeenkomsten tussen de 2 soorten van tijdverdrijf, maar nog meer verschillen. Die behandelen we hier echter niet.
|
|
Biljartsport
|
Een door echte kerels en meiden met ballen (zie ook: meiden met ballen) beoefend balspel op een tafel met een groen laken. De vraag rijst echter of biljarten een sport is of een tijdverdrijf. Moe wordt je er in elk geval niet van. Hooguit dronken.
|
|
Biljartstoot
|
Zie meiden met ballen.
|
|
Billiardé
|
Het met de speelbal raken van de tweede bal terwijl de keu nog contact heeft met de speelbal.
|
|
Brittelbrrallen
|
Schijnt een nieuwe snack te zijn. Niet verkrijgbaar vóór 23.00 uur.
|
|
Boerenbal
|
Een gemaakte carambole door middel van een enigszins onbehouwen afstoot. Kan ook een schuurfeest zijn met overwegend lallende en met bier smijtende agrariërs.
|
|
C
|
|
|
Carambole
|
Een gescoord punt door middel van het raken van de speelbal, via bal twee, naar bal drie.
|
|
Clubhuis
|
Een soort Blijf-van-mijn-lijf-huis voor vermoeide en aan weinig gezeur behoefte hebbende echtgenoten.
|
|
D
|
|
|
Dédans
|
Letterlijk vertaald: “D’r in” of “Binnen”. Indien bal 2 en 3 zich in het driehoekje van de tafelhoek (verboden zone) bevinden, mag de speler nog één carambole maken waarbij één van beide ballen uit het driehoekje moet worden gespeeld. Lukt dat niet, dan telt de arbiter af. Zie ook “Arbiter” en “Verboden zone”.
|
|
Diamonds
|
Engels voor “diamanten”. Dit zijn de merktekens op de houten omlijsting van de biljarttafel als hulpmiddel voor de speler om zich staande te houden. Is ook een door vrouwen dusdanig vaak gebruikt chantagemiddel, dat de mannen hun toevlucht zoeken in het biljarten.
|
|
|
|
|
Driebanden
|
Spelsoort waarbij de speelbal altijd 3 banden moeten hebben geraakt alvorens met de derde bal te caramboleren.
|
|
E
|
|
|
Entré
|
Een door de arbiter gebezigde (Franse) term die aanduidt dat bal 2 en bal 3 binnen de lijn van één van de vier hoeken van de biljarttafel liggen. Kan ook de binnenkomst van een hoogwaardigheidsbekleder zijn. Wordt ook geroepen als uitnodiging om binnen te komen.
|
|
F
|
|
|
Flatuleerbal
|
Dusdanig krachtige biljartstoot dat de sluitspier een gaseruptie niet kan voorkomen. Meestal hoorbaar.
|
|
G
|
|
|
Gelijkmakende beurt
|
zie ook: Nabeurt
|
|
Geleidingsysteem
|
Hulpmiddel voor het zuiver richten en de stabiliteit van de keu. Komt meestal geen bal van terecht.
|
|
Golfbiljarten
|
Deze spelsoort wordt voornamelijk beoefend in het zuiden van Nederland en in België. Over het algemeen wordt er gespeeld op een biljart van 2,00 X 1,00 m. In het midden van beide korte banden is een gat aangebracht en als ‘doel’ betiteld wordt. Vlak voor dat doel staan twee rubber doppen op een onderlinge afstand van 60 tot 62 mm. Heeft de bal een doorsnede van 61,5 tot 62 mm, dan is die afstand net voldoende om de bal tussen de beide doppen door te kunnen spelen. In het midden van het biljart zijn 8 rubber doppen aangebracht. Er wordt met 10 ballen gespeeld, 5 rode voor de ene speler en 5 witte voor de andere. De bedoeling is om de eigen ballen in het doel van de tegenstander te spelen. Men mag een bal van de tegenstander aanspelen. Met een eigen bal tegen een andere eigen bal is niet toegestaan. Golfbiljart is een duidelijk aanval- en verdedigingspel. Degene die als eerste zijn eigen ballen heeft weggespeeld is winnaar van een manche. Hij die als eerste twee manches weet te winnen is ook winnaar van de partij.
|
H
|
|
|
Hakbal
|
Komt nooit voor bij biljarten, alleen bij voetbal. Tenzij bijgaand been zich aandient, dan maken we een uitzondering.
|
|
Hoerenbal
|
Een buitengewoon moeilijk, haast onmogelijk te maken carambole. Ook wel een danspartij met dames, merendeels van lichte zeden.
|
|
Halve zool
|
Zie: Imbeciel.
|
|
I
|
|
|
Imbeciel
|
Uiting van waardering voor de uitzonderlijk hoge serie van de tegenstander.
|
|
Inspelen
|
Voorafgaande aan de partij mogen beide spelers gedurende maximaal 2 minuten wat oefenen op de speeltafel. Het oefenen van de acquitstoot mag maximaal 3 keer.
|
|
J
|
|
|
Jaap
|
Synoniem voor “Konijn” of “Rups”. |
|
K
|
|
|
Ketsen
|
Wanneer de pomerans van de bal glijdt en een ketsend geluid wordt geproduceerd. Ook Bargoens voor “van bil gaan”.
|
|
Keu
|
Het taps toelopende stuk hoogwaardig hout waarmee via een bepaalde techniek en houding caramboles kunnen worden gescoord. Blijkt in uitzonderlijke gevallen ook een geweldig instrument om iemand een oplawaai mee te verkopen. Sommige mensen stoppen met biljarten omdat ze geen keus hebben.
|
|
Keuzetrekstoot
|
Zie ook: Vijlen.
|
|
Klos
|
Wanneer de tweede bal voorkomt dat de derde bal en de speelbal elkaar raken.
|
|
Knobbelen
|
Spelletje met dobbelstenen en een beker, in aangenaam gezelschap, veelal aan de bar, onder het genot van een drankje, na afloop van de gespeelde competitiewedstrijden. Duurt vaak tot in de kleine uurtjes. “Nog één keertje dan” wordt wel 10 keer gehoord.
|
|
Konijn
|
Een carambole die door louter geluk tot stand komt. Ook de bijnaam van een speler die meestal wordt gesignaleerd met konijnenoren als oorwarmers, en wild om zich heen schietende agrariërs in zijn kielzog. Vanwege de voortplantings-reputatie van dit stuk pluimvee wordt wel gedacht dat een konijn/gelukstreffer altijd wordt gevolgd door een volgende.
|
|
Kraken
|
Kaartspel dat regelmatig tussen de biljartpartijen door wordt gespeeld. Ook een vaak gehoord geluid bij de wat oudere, moeilijk bukkende biljarters met een tekort aan lichaamsbeweging. Of met biljartballen.
|
|
Krijt
|
Een kubusvormig stukje stevig kalk, waarmee de pomerans na bijna iedere stoot moet worden bewerkt en waardoor er een blauwachtig poeder achterblijft. Staat ook goed op de neus van een sterk benevelde speler tijdens de Carnavalsperiode.
|
|
Kunststoten
|
De moeilijkste, haast tot kunst verheven variant van biljarten. Komt regelmatig voor op de clubavond. Denken we. Krijg je alleen onder knie door thuis vaak te oefenen. Moet je wel een biljart hebben.
|
|
L
|
|
|
Libre
|
Zo wordt het biljartspelletje genoemd dat wij donderdagavond altijd op de club spelen. In tegenstelling tot het Driebanden mag de carambole direct worden gemaakt.
|
|
M
|
|
|
Massé
|
Een carambole door middel van een stoot met verticale keuvoering, waarbij de speelbal met een boog bal 2 aait en bal 3 raakt. Of zoiets.
|
|
Meiden met ballen
|
Meestal blond en niet in staat om ook maar één tel de mond te houden. Ook wel biljartstoot genoemd.
|
|
N
|
|
|
Nabeurt
|
Gelijkmakende beurt via de acquitstoot door speler 2, nadat speler 1 zijn totaal aantal te maken caramboles heeft behaald. In de nabeurt kan de speler hooguit een remise in de wacht slepen.
|
|
Nul
|
Geen score. Ook wel een minachtende kwalificatie van de tegenstander.
|
|
O
|
|
|
Overhouden
|
Een te maken carambole op een dusdanige wijze scoren dat er een gemakkelijk vervolg overblijft. Voor eigen gemak, niet voor de tegenstander.
|
|
P
|
|
|
Pické
|
Een carambole door middel van een stoot met verticale keuvoering van bal 1 die tussen bal 2 en bal 3 ligt.
|
|
Poedel
|
Een weinig smaakvolle definitie van een misser. Tevens een wit wollig hondje dat vaak door oudere dames wordt uitgelaten. Wordt ook wel “aangelijnde tampon” genoemd.
|
|
Pomerans
|
Het lederen topje van de keu dat regelmatig behoefte heeft aan biljartkrijt. Gebrek aan regelmatig onderhoud doet het topje vervormen tot een op hernia gelijkende uitstulping.
|
|
R
|
|
|
Rups
|
Een carambole die door louter geluk tot stand komt, ook wel “konijn” genoemd. Eén “rups” komt in de meeste partijen voor, soms wel 2 of 3 keer. |
|
|
|
|
S
|
|
|
Schrijver
|
Een “official” (meestal een vrijwilliger) belast met het bijhouden van de score op het elektronische scorebord en handmatig op de tellijsten. Het is gebruikelijk om dusdanige fouten te maken in de bediening van het scorebord, dat opperste verwarring bij spelers en publiek ontstaat. Dit om de spanning te verhogen.
|
|
Serie
|
Een reeks van opeenvolgende caramboles in één beurt gescoord.
|
|
Serie Américaine
|
Een reeks van opeenvolgende caramboles aan de band van de tafel.
|
|
Snijden
|
Is niet uit te leggen, moet een keer worden voorgedaan. Afgeleide van snijden is “snee in de neus”. Als het voorkomt is het bij hen die ook “bitterballen” niet fatsoenlijk kunnen uitspreken.
|
|
T
|
|
|
Téééééring
|
Uitroep van ongeloof en onmacht na het missen van een werkelijk kinderlijk eenvoudig te maken carambole. Er zijn er maar weinig die deze krachtterm feilloos beheersen.
|
|
Touché
|
Een onbedoelde en ongeldige aanraking van de keu of het lichaam van één van de drie ballen. Ook het Franse woord voor "rake opmerking".
|
|
U
|
|
|
Uien
|
Uitroep van teleurstelling en zelfbeklag over het vertoonde spel. Heeft op een speler veelal hetzelfde effect als het schillen van sterke uien.
|
|
V
|
|
|
Verboden zone
|
De driehoekige ruimte in de hoek van de biljarttafel waar de speler maximaal 2 caramboles mag maken. Tevens dat deel van de echtelijke sponde waar de vermoeide biljarter zijn roes uitslaapt en de eega derhalve niet mag komen. De rest van de week trouwens ook niet.
|
|
Vijlen
|
Vaststellen welke speler mag bepalen wie de wedstrijd moet beginnen door middel van het gelijktijdig door 2 tegenstanders trachten de stootbaal via de korte band en evenwijdig aan de lange band weer bij de dichtstbijzijnde korte band te laten terugkeren.
|
|
W
|
|
|
Wéérik?
|
Wordt meestal geroepen indien de dobbelaar die luistert naar de namen "Eric", "Erik" of "Rik" voor de zoveelste keer het spelletje heeft verloren en vervolgens roept: "Nou, nog één keertje dan". Zie ook: Knobbelen.
|
|
Z
|
|
|
Zzjodemietersj
|
Met gezwollen tong uitgesproken teleurstelling na het missen van een betrekkelijk eenvoudige carambole. Ook wel een uitroep na het aanschouwen van een mooie biljartstoot.
|
|
Zwijn
|
Zie: Rups of Konijn. Ook wel een minder respectvolle kwalificatie van de tegenstander.
|